Suriname, hoe dan ook onafhankelijk in 1975

Suriname, hoe dan ook onafhankelijk in 1975
De Telegraaf

Premier Arron opgelucht na Haagse top

Van een onzer verslaggevers

DEN HAAG woensdag 22 mei 1974

Suriname zal, hoe dan ook, eind 1975 onafhankelijk zijn. De Surinaamse premier, Arron, verklaarde gisteren, dat dit een principiële kwestie is voor de huidige Surinaamse regering. Hij achtte de tijd voor de nodige maatregelen op economisch en financieel gehied niet te kort om een goede start voor een onafhankelijk Suriname mogelijk te maken

Premier Arron zei opgelucht te zijn na het topoverleg dat in Den Haag heeft plaatsgehad tussen de premiers van Nederland, de Nederlandse Antillen en Suriname.

„Suriname zal door zijn onafhankelijkheid zichzelf meer gaan respecteren,” aldus de heer Arron. De Nederlandse minister-president J.M. den Uyl zei, dat de aanvrage van Suriname voor onafhankelijkheid en de korte termijn die daarvoor van de kant van de Surinamer werd gesteld hem had verrast.

Vertrouwen

Hij had echter dit verlangen geaccepteerd en daaraan volledig medegewerkt. „Dit neem ik ook graag voor mijn verantwoording en dit is in overeenstemming met mijn geweten.” aldus Den Uyl.

Het topoverleg heeft hem het vertrouwen gegeven, dat de Surinamers zich zo goed mogelijk voor deze onafhankelijkheid zullen inspannen, hoewel dit nog geen garantie behoeft te zijn voor bepaalde onaangename voorvallen. De heer Arron verklaarde, dat Suriname niet zoals de vele Zuidamerikaanse landen lijdt aan de “ziekte van nationalisatie”. Tijdens het topoverleg is daarover niet gesproken.

Bijzondere banden

„De buitenlandse investeerders.” aldus de heer Arron. „hoeven echt geen vrees te hebben onder deze regering voor nationalisatie. Wel zullen nutsbedrijven zoals de Ogem, een gas- en elektriciteitsbedrijf in handen van de Surinaamse regering moeten komen.” Premier Den Uyl erkende, dat Nederland voor de verdere economische opbouw van Suriname wil dit inderdaad zelfstandig kunnen zijn. bijzondere banden heeft met dit gebied, hoewel hij het begrip historische banden niet wilde hanteren. Hij zei. dat het bedrag dat Nederland tijdens het uitvoeren van het integraal ontwikkelingsprogramma per jaar aan Suriname zou verlenen niet kan aangeven. Dit zal tijdens het bilateraal overleg tussen Nederland en Suriname moeten worden vastgesteld,” aldus drs. Den Uyl. Dit bedrag is mede afhankelijk van wat een groep van deskundigen, bestaande uit Nederlanders en Surinamers, aan de regering van Nederland en Suriname zal adviseren. Bij het bilateraal overleg tussen Nederland en Suriname zullen ook de volgende kwesties moeten worden geregeld:

• de associatie van Suriname met de Europese Gemeenschappen;

• grenskwestie in Suriname;

• de organisatie van de ministerie van Buitenlandse Zaken en van de Buitenlandse dienst van Suriname;

• De organisatie van de defensie van Suriname.